De insectensector ontpopt zich

De insectensector ontpopt zich

Nederland is op dit moment wereldwijd koploper op het gebied van insectenkweek. Bedrijfsmatig worden insecten op kleine en grote schaal geproduceerd voor voeding, diervoeding en technische toepassingen.

Waar de veehouderij onder druk staat, is dit bij de insectensector juist het tegenovergestelde. Er wordt volop geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.  De sectoromvang groeit. Insecten hebben tijdens de productie weinig ruimte en water nodig, groeien snel en efficiënt, kunnen groeien op organische reststromen en produceren een geringe hoeveelheid broeikasgassen. Daardoor is het produceren van insecten een stuk duurzamer dan het produceren van ander dierlijk eiwit.

 

In 2009 nam de overheid insecten al op in de nota Duurzaam Voedsel en het Programma Innovatieve Eiwitketens. Sindsdien is de belangstelling voor de ontwikkeling van een duurzame insectenketen in Nederland flink toegenomen.

De insectenproductie zorgt lokaal voor een circulaire opwaardering van voedselafval en andere organische reststromen. Bovendien is de bijstroom van frass, huidjes en uitwerpselen, te benutten als een natuurlijke bodemverbeteraar.

De insectensector groeit hard in Nederland.  Steeds meer bedrijven stappen over. Vooral ondernemers uit met name de varkens- en de pelsdierensector hebben interesse om over te schakelen. Andere agrarische bedrijven, vooral pluimveehouderijen, zien in het produceren van insecten een verbreding van hun bedrijfsactiviteiten.

Het marktperspectief is volgens de brancheorganisatie Venik gunstig. De vraag naar insecten en insectenproducten is momenteel groter dan het aanbod. Voor reguliere toepassing in diervoeders is er een grote hoeveelheid, van een contante kwaliteit een constante levering en een concurrerende prijs essentieel. Om daarop in te spelen, is een opschaling van de insectenketen noodzakelijk. Nieuwe en bedrijven investeren daarom in grootschalige insectenproductie.

Een onderzoek van het International Platforms of Insects for Food and Feed (Ipiff) wijst uit dat er een enorm groeipotentieel is voor de insectensector in Europa. Op dit moment is de productie van insecteneiwit zeer bescheiden. Als alle remmen losgaan, zou een productie van 5 miljoen ton insecteneiwit in 2030 tot de mogelijkheden behoren.

Insecten zijn tot nu toe nog maar beperkt toe te passen in diervoeding. Na verwachting worden insecteneiwitten na dit jaar opgenomen in pluimveevoeding. Studies tonen aan dat insecten naast vetten, eiwitten en mineralen ook componenten bevatten als chitine, laurinezuur en antimicrobiële peptiden. Deze hebben een antimicrobiële activiteit en bevorderen de immuniteit.

 

De insectensector heeft een stevige en ambitieuze doelstellingen voor 2030. Vergaande modernisering van een welzijnsvriendelijke productiewijze en innovaties op het gebied van borging van voedselveiligheid en volksgezondheid, maken de sector tegen die tijd tot een onmisbare schakel in de kringlooplandbouw. Insecten verwerken over zo’n acht jaar een derde van de lokale organische reststromen en de insectensector produceert energie- en CO2-neutraal.

Verder wordt de helft van het vismeel dat nu nog in Nederlandse diervoeders wordt verwerkt, vervangen door insecteneiwit. Een eerlijk verdienmodel en het kunnen werken in een veilige en plezierige omgeving, zijn volgens Venik belangrijke randvoorwaarden. Dat geldt teven voor het met minimale hinder voor de omgeving kweken en verwerken van insecten.

De circulaire visie van de insectensector © Venik

Bron: https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/05/11/insectensector-ontpopt-zich-tot-kleurrijke-en-dynamische-keten